Liane

Ik durf te wedden dat er iets is,
dat hij heeft en ik mis.

Zonder je kan ik niet slapen.

Ik kan zoveel liefde geven,
al is het maar voor even.

Rusten kan ik alleen bij jou.

Als ik andere zie,
dan denk ik: wie
houd jou in zijn armen?

Wie slaapt er naast je?
Wie kan het zien,
wanneer je lacht?
Een ander,

als ik het niet dacht...

Ik moet zonder je leren leven.
Moeilijk is dat niet,
want het kan mij niet schelen:
Van wie je beeft, danst of leeft.
Van wie je houdt of met wie je trouwt.

Ik wil ze allemaal wel zijn.

Ik had je nooit,
maar heb je toch laten gaan.
Niet eens bij stilgestaan,
wat ik toen deed.

Ach, nu geeft het geen reet.

Lang is het niet.
Het duurt maar even,
zonder jou kan ik toch niet leven.

Ik zie je af en toe.
Geen gelach, geen gedoe.
Je kijkt mij niet eens aan,
je hebt mij ook niet zien staan.

Ik heb de laatste keer staan huilen.
Ik wou echt ruilen,
met de jongen die naast je liep.

Je had niet gehoord dat ik je naam fluisterde.
Of hoe hard mijn hart stuiterde,
in mijn keel.

Ach schijt, zeven kleuren plus geel.

Ik denk dat ik niets kan doen.
Ik zie eigenlijk niet eens groen,
van jaloezie.

Ik ben degene die je niet verdient.
Zoek een goede,
een goede vriend.

Niet mij, maar maak een ander blij.

Ik doe het vast verkeerd.
Ik doe gewoon of,
jij mij niet interesseerd.

Kies een ander, voor ik van gedachten verander.